Klaagliederen 2:15
“Allen die voorbijgaan, klappen met de handen over u; zij fluiten en schudden hun hoofd over de dochter van Jeruzalem: Is dit de stad die men noemde: De volmaaktheid van schoonheid, de vreugde der ganse aarde?”
Kruisverwijzingen
Context
Klaagliederen 2 — omringende verzen
De oudsten van de dochter van Sion zitten op de aarde en zwijgen; zij hebben stof op hun hoofd geworpen, zij hebben zich met een zak omgord; de maagden van Jeruzalem hangen hun hoofd neer ter aarde.
11Mijn ogen bezwijken van tranen, mijn ingewanden zijn ontroerd, mijn lever is op de aarde uitgestort over de verbreking van de dochter van mijn volk, omdat de kinderen en de zuigelingen bezwijken op de straten van de stad.
12Zij zeggen tot hun moeders: Waar is koren en wijn?, als zij op de straten van de stad bezwijken als de verwonden, als hun ziel uitgestort wordt in de schoot van hun moeders.
13Wat zal ik u tot getuige nemen? Waarmee zal ik u vergelijken, dochter van Jeruzalem? Wat zal ik u gelijkstellen om u te troosten, maagdelijke dochter van Sion? Want uw breuk is groot als de zee; wie kan u genezen?
14Uw profeten hebben voor u ijdele en dwaze dingen gezien, en zij hebben uw ongerechtigheid niet ontdekt om uw gevangenschap af te wenden, maar hebben voor u valse lasten en oorzaken van verdrijving gezien.
Allen die voorbijgaan, klappen met de handen over u; zij fluiten en schudden hun hoofd over de dochter van Jeruzalem: Is dit de stad die men noemde: De volmaaktheid van schoonheid, de vreugde der ganse aarde?
Al uw vijanden hebben hun mond tegen u opengesperd; zij fluiten en knersen met de tanden, zij zeggen: Wij hebben haar verslonden; voorwaar, dit is de dag waarop wij hoopten, wij hebben hem gevonden, wij hebben hem gezien.
17De HEER heeft gedaan wat Hij bedacht had, Hij heeft Zijn woord vervuld dat Hij geboden had in de dagen van ouds; Hij heeft afgebroken en niet gespaard, en Hij heeft de vijand over u doen verheugen, Hij heeft de hoorn van uw tegenpartijen verhoogd.
18Hun hart riep tot de Heer: O muur van de dochter van Sion, laat tranen dag en nacht neervloeien als een rivier; gun uzelf geen rust, laat de appel van uw oog niet ophouden.
19Sta op, roep uit in de nacht, in het begin van de nachtwaken; stort uw hart uit als water voor het aangezicht des Heren; hef uw handen tot Hem op voor het leven van uw jonge kinderen, die van honger bezwijken aan het hoofd van alle straten.
20Zie, HEER, en aanschouw aan wie Gij dit gedaan hebt! Zullen de vrouwen hun vrucht eten, kinderen van een span lang? Zullen priester en profeet gedood worden in het heiligdom des Heren?