Mattheüs 26:29
“Maar Ik zeg u: Ik zal van nu aan niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, totdat die dag komt waarop Ik die nieuw met u zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 26 — omringende verzen
De Zoon des mensen gaat heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee die mens door wie de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware goed voor die mens geweest, als hij niet geboren was.
25Toen antwoordde Judas, die Hem verraadde, en zei: Meester, ben ik het? Hij zei tot hem: Gij hebt het gezegd.
26En terwijl zij aten, nam Jezus het brood, zegende het, brak het en gaf het aan de discipelen en zei: Neemt, eet; dit is Mijn lichaam.
27En Hij nam de drinkbeker en dankte, en gaf hun die, zeggende: Drinkt allen daaruit;
28Want dit is Mijn bloed van het nieuwe verbond, hetwelk voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
Maar Ik zeg u: Ik zal van nu aan niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, totdat die dag komt waarop Ik die nieuw met u zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.
En nadat zij een lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg.
31Toen zei Jezus tot hen: Gij allen zult in deze nacht aanstoot aan Mij nemen; want er is geschreven: Ik zal de Herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.
32Maar nadat Ik opgestaan ben, zal Ik u voorgaan naar Galiléa.
33Petrus antwoordde en zei tot Hem: Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik zal nooit aanstoot nemen.
34Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: in deze nacht, eer de haan gekraaid heeft, zult u Mij driemaal verloochenen.