Mattheüs 26:33
“Petrus antwoordde en zei tot Hem: Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik zal nooit aanstoot nemen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 26 — omringende verzen
Want dit is Mijn bloed van het nieuwe verbond, hetwelk voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
29Maar Ik zeg u: Ik zal van nu aan niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, totdat die dag komt waarop Ik die nieuw met u zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.
30En nadat zij een lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg.
31Toen zei Jezus tot hen: Gij allen zult in deze nacht aanstoot aan Mij nemen; want er is geschreven: Ik zal de Herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.
32Maar nadat Ik opgestaan ben, zal Ik u voorgaan naar Galiléa.
Petrus antwoordde en zei tot Hem: Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik zal nooit aanstoot nemen.
Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: in deze nacht, eer de haan gekraaid heeft, zult u Mij driemaal verloochenen.
35Petrus zei tot Hem: Al moest ik met U sterven, ik zal U geenszins verloochenen. En evenzo spraken ook alle discipelen.
36Toen kwam Jezus met hen aan een plaats genaamd Gethsémané, en Hij zei tot de discipelen: Zit hier neder, terwijl Ik heenga en daar bid.
37En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs mede, en begon bedroefd en zeer beklemmerd te worden.
38Toen zei Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.