Mattheüs 26:35
“Petrus zei tot Hem: Al moest ik met U sterven, ik zal U geenszins verloochenen. En evenzo spraken ook alle discipelen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 26 — omringende verzen
En nadat zij een lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg.
31Toen zei Jezus tot hen: Gij allen zult in deze nacht aanstoot aan Mij nemen; want er is geschreven: Ik zal de Herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.
32Maar nadat Ik opgestaan ben, zal Ik u voorgaan naar Galiléa.
33Petrus antwoordde en zei tot Hem: Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik zal nooit aanstoot nemen.
34Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: in deze nacht, eer de haan gekraaid heeft, zult u Mij driemaal verloochenen.
Petrus zei tot Hem: Al moest ik met U sterven, ik zal U geenszins verloochenen. En evenzo spraken ook alle discipelen.
Toen kwam Jezus met hen aan een plaats genaamd Gethsémané, en Hij zei tot de discipelen: Zit hier neder, terwijl Ik heenga en daar bid.
37En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs mede, en begon bedroefd en zeer beklemmerd te worden.
38Toen zei Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
39En Hij ging een weinig verder, en viel op Zijn aangezicht en bad, zeggende: O Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan; doch niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.
40En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zei tot Petrus: Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?