Mattheüs 26:32
“Maar nadat Ik opgestaan ben, zal Ik u voorgaan naar Galiléa.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 26 — omringende verzen
En Hij nam de drinkbeker en dankte, en gaf hun die, zeggende: Drinkt allen daaruit;
28Want dit is Mijn bloed van het nieuwe verbond, hetwelk voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
29Maar Ik zeg u: Ik zal van nu aan niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, totdat die dag komt waarop Ik die nieuw met u zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.
30En nadat zij een lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg.
31Toen zei Jezus tot hen: Gij allen zult in deze nacht aanstoot aan Mij nemen; want er is geschreven: Ik zal de Herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.
Maar nadat Ik opgestaan ben, zal Ik u voorgaan naar Galiléa.
Petrus antwoordde en zei tot Hem: Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik zal nooit aanstoot nemen.
34Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: in deze nacht, eer de haan gekraaid heeft, zult u Mij driemaal verloochenen.
35Petrus zei tot Hem: Al moest ik met U sterven, ik zal U geenszins verloochenen. En evenzo spraken ook alle discipelen.
36Toen kwam Jezus met hen aan een plaats genaamd Gethsémané, en Hij zei tot de discipelen: Zit hier neder, terwijl Ik heenga en daar bid.
37En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs mede, en begon bedroefd en zeer beklemmerd te worden.