Mattheüs 26:38
“Toen zei Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 26 — omringende verzen
Petrus antwoordde en zei tot Hem: Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik zal nooit aanstoot nemen.
34Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: in deze nacht, eer de haan gekraaid heeft, zult u Mij driemaal verloochenen.
35Petrus zei tot Hem: Al moest ik met U sterven, ik zal U geenszins verloochenen. En evenzo spraken ook alle discipelen.
36Toen kwam Jezus met hen aan een plaats genaamd Gethsémané, en Hij zei tot de discipelen: Zit hier neder, terwijl Ik heenga en daar bid.
37En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs mede, en begon bedroefd en zeer beklemmerd te worden.
Toen zei Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
En Hij ging een weinig verder, en viel op Zijn aangezicht en bad, zeggende: O Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan; doch niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.
40En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zei tot Petrus: Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?
41Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
42Hij ging wederom heen, voor de tweede maal, en bad, zeggende: O Mijn Vader, indien deze drinkbeker niet aan Mij voorbij kan gaan tenzij Ik hem drink, Uw wil geschiede.
43En Hij kwam en vond hen wederom slapende; want hun ogen waren zwaar.