Mattheüs 26:43
“En Hij kwam en vond hen wederom slapende; want hun ogen waren zwaar.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 26 — omringende verzen
Toen zei Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
39En Hij ging een weinig verder, en viel op Zijn aangezicht en bad, zeggende: O Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan; doch niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.
40En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zei tot Petrus: Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?
41Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
42Hij ging wederom heen, voor de tweede maal, en bad, zeggende: O Mijn Vader, indien deze drinkbeker niet aan Mij voorbij kan gaan tenzij Ik hem drink, Uw wil geschiede.
En Hij kwam en vond hen wederom slapende; want hun ogen waren zwaar.
En Hij liet hen daar, ging wederom heen en bad voor de derde maal, dezelfde woorden sprekende.
45Toen kwam Hij tot Zijn discipelen en zei tot hen: Slaapt nu verder en rust; zie, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
46Staat op, laat ons gaan; zie, hij is nabij die Mij overlevert.
47En terwijl Hij nog sprak, zie, Judas, een van de twaalf, kwam, en met hem een grote menigte met zwaarden en stokken, van de overpriesters en oudsten des volks.
48Hij nu die Hem verraadde, had hun een teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, die is het; grijpt Hem vast.