Mattheüs 26:46
“Staat op, laat ons gaan; zie, hij is nabij die Mij overlevert.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 26 — omringende verzen
Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
42Hij ging wederom heen, voor de tweede maal, en bad, zeggende: O Mijn Vader, indien deze drinkbeker niet aan Mij voorbij kan gaan tenzij Ik hem drink, Uw wil geschiede.
43En Hij kwam en vond hen wederom slapende; want hun ogen waren zwaar.
44En Hij liet hen daar, ging wederom heen en bad voor de derde maal, dezelfde woorden sprekende.
45Toen kwam Hij tot Zijn discipelen en zei tot hen: Slaapt nu verder en rust; zie, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
Staat op, laat ons gaan; zie, hij is nabij die Mij overlevert.
En terwijl Hij nog sprak, zie, Judas, een van de twaalf, kwam, en met hem een grote menigte met zwaarden en stokken, van de overpriesters en oudsten des volks.
48Hij nu die Hem verraadde, had hun een teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, die is het; grijpt Hem vast.
49En terstond trad hij op Jezus toe en zei: Wees gegroet, Meester; en hij kuste Hem.
50En Jezus zei tot hem: Vriend, waartoe zijt gij hier? Toen kwamen zij naderbij, sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem.
51En zie, een van hen die bij Jezus waren, stak zijn hand uit, trok zijn zwaard en sloeg een dienaar van de hogepriester, en hieuw zijn oor af.