Numeri 21:20
“en van Bamoth naar het dal dat in het veld van Moab ligt, bij de top van de Pisga, die uitziet over de wildernis.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 21 — omringende verzen
en de helling van de beken die zich uitstrekt tot de woonplaats van Ar en leunt tegen de grens van Moab.
16En van daar trokken zij naar Beër. Dat is de put waarover de HEER tot Mozes gesproken heeft: Verzamel het volk en Ik zal hun water geven.
17Toen zong Israël dit lied: Spring op, o put! Zingt ervan!
18De vorsten hebben de put gegraven, de edelen van het volk hebben hem uitgehold met de wetgever, met hun staven. En vanuit de woestijn trokken zij naar Mattána.
19En van Mattána naar Naháliël, en van Naháliël naar Bamoth,
en van Bamoth naar het dal dat in het veld van Moab ligt, bij de top van de Pisga, die uitziet over de wildernis.
En Israël zond boden naar Sihon, de koning van de Amorieten, met deze boodschap:
22Laat mij door uw land trekken. Wij zullen niet afwijken naar de akkers of naar de wijngaarden, wij zullen geen water uit de waterputten drinken. Wij zullen over de koninklijke weg gaan, totdat wij door uw gebied getrokken zijn.
23Maar Sihon stond Israël niet toe door zijn gebied te trekken. En Sihon verzamelde al zijn volk en trok tegen Israël uit, de woestijn in. En hij kwam naar Jahaz en streed tegen Israël.
24En Israël versloeg hem met de scherpte van het zwaard en nam zijn land in bezit, van de Arnon tot de Jabbok, tot aan de Ammonieten toe, want de grens van de Ammonieten was sterk.
25En Israël nam al deze steden in, en Israël vestigde zich in al de steden van de Amorieten, in Hesbon en in al haar onderhorige plaatsen.