Ezra 4:14
“Nu omdat wij ondersteund worden vanuit het koninklijk paleis, en het ons niet betaamde de oneer van de koning te aanschouwen, hebben wij gezonden en de koning ingelicht;”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 4 — omringende verzen
Toen schreven Rehum de kanselier en Simsai de schrijver en de rest van hun metgezellen; de Dinaïeten, de Afarsathkieten, de Tarpélieten, de Afarsieters, de Archevieten, de Babyloniërs, de Susankieten, de Dehavieten en de Elamieten,
10En de rest der volken die de grote en edele Asnapar had overgevoerd en geplaatst had in de steden van Samaria, en de rest die aan deze zijde van de rivier zijn, en wel nu.
11Dit is de inhoud van de brief die zij hem zonden, namelijk aan koning Artaxerxes: Uw dienaren, de mannen aan deze zijde van de rivier, en wel nu.
12Het zij de koning bekend dat de Joden die van u tot ons zijn opgekomen, naar Jeruzalem zijn gekomen en de opstandige en slechte stad bouwen, en de muren hebben opgericht en de fundamenten hebben gelegd.
13Het zij nu de koning bekend dat, indien deze stad gebouwd wordt en de muren wederom opgericht worden, zij geen tol, schatting en cijns zullen betalen, en gij schade zult toebrengen aan de inkomsten der koningen.
Nu omdat wij ondersteund worden vanuit het koninklijk paleis, en het ons niet betaamde de oneer van de koning te aanschouwen, hebben wij gezonden en de koning ingelicht;
Opdat er gezocht worde in het boek der kronieken van uw vaderen; zo zult gij in het boek der kronieken vinden en weten dat deze stad een opstandige stad is, en schadelijk voor koningen en provincies, en dat zij van oudsher oproer binnen haar muren hebben verwekt; om welke reden deze stad verwoest is.
16Wij berichten de koning dat, indien deze stad wederom gebouwd wordt en de muren ervan worden opgericht, gij daardoor geen bezit zult hebben aan deze zijde van de rivier.
17Toen zond de koning een antwoord aan Rehum de kanselier en aan Simsai de schrijver en aan de rest van hun metgezellen die in Samaria wonen, en aan de rest die aan gene zijde van de rivier zijn: Vrede, en wel nu.
18De brief die gij ons hebt gezonden, is duidelijk voor mij voorgelezen.
19En ik heb bevel gegeven, en er is onderzoek gedaan, en het is bevonden dat deze stad vanouds opstand heeft gemaakt tegen koningen, en dat er rebellie en oproer in haar zijn bedreven.