Handelingen 27:36
“Toen werden zij allen opgewekt en namen ook zelf voedsel.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 27 — omringende verzen
zei Paulus tot de hoofdman en tot de soldaten: Indien dezen niet in het schip blijven, kunt gij niet gered worden.
32Toen sneden de soldaten de touwen van de sloep door en lieten die wegdrijven.
33En toen het dag begon te worden, drong Paulus er bij hen allen op aan voedsel te nemen, en zei: Dit is de veertiende dag dat gij in spanning verkeert en gevast hebt, zonder iets te eten.
34Daarom vermaan ik u voedsel te nemen, want dit is voor uw behoud; want niemand van u zal een haar van zijn hoofd verliezen.
35En nadat hij dit gezegd had, nam hij brood, dankte God in aller tegenwoordigheid, en nadat hij het gebroken had, begon hij te eten.
Toen werden zij allen opgewekt en namen ook zelf voedsel.
En wij waren in het schip in totaal tweehonderd zessenzeventig zielen.
38En toen zij genoeg gegeten hadden, lichtten zij het schip en wierpen het graan in de zee.
39En toen het dag was, herkenden zij het land niet; maar zij ontdekten een baai met een strand, waarop zij, indien mogelijk, het schip wilden laten stranden.
40En nadat zij de ankers gelicht hadden, begaven zij zich op zee, maakten de roerbanden los, hesen het grootzeil in de wind en stuurden naar de kust.
41En zij geraakten in een plaats waar twee zeeën samenstroomden; zij liepen het schip aan de grond, en het voorschip zat vast en bleef onbeweeglijk, maar het achterschip werd verbrijzeld door de gewelddadigheid der golven.