Handelingen 27:33
“En toen het dag begon te worden, drong Paulus er bij hen allen op aan voedsel te nemen, en zei: Dit is de veertiende dag dat gij in spanning verkeert en gevast hebt, zonder iets te eten.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 27 — omringende verzen
en zij peilden en vonden twintig vademen; en iets verder gevaren zijnde, peilden zij opnieuw en vonden vijftien vademen.
29Uit vrees dat wij op rotsen zouden stranden, wierpen zij vier ankers uit het achterschip en verlangden vurig naar de dag.
30En toen de schepelingen op het punt stonden het schip te ontvluchten en de sloep in zee hadden neergelaten, onder het voorwendsel dat zij ankers uit het voorschip wilden uitwerpen,
31zei Paulus tot de hoofdman en tot de soldaten: Indien dezen niet in het schip blijven, kunt gij niet gered worden.
32Toen sneden de soldaten de touwen van de sloep door en lieten die wegdrijven.
En toen het dag begon te worden, drong Paulus er bij hen allen op aan voedsel te nemen, en zei: Dit is de veertiende dag dat gij in spanning verkeert en gevast hebt, zonder iets te eten.
Daarom vermaan ik u voedsel te nemen, want dit is voor uw behoud; want niemand van u zal een haar van zijn hoofd verliezen.
35En nadat hij dit gezegd had, nam hij brood, dankte God in aller tegenwoordigheid, en nadat hij het gebroken had, begon hij te eten.
36Toen werden zij allen opgewekt en namen ook zelf voedsel.
37En wij waren in het schip in totaal tweehonderd zessenzeventig zielen.
38En toen zij genoeg gegeten hadden, lichtten zij het schip en wierpen het graan in de zee.