Handelingen 27:38
“En toen zij genoeg gegeten hadden, lichtten zij het schip en wierpen het graan in de zee.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 27 — omringende verzen
En toen het dag begon te worden, drong Paulus er bij hen allen op aan voedsel te nemen, en zei: Dit is de veertiende dag dat gij in spanning verkeert en gevast hebt, zonder iets te eten.
34Daarom vermaan ik u voedsel te nemen, want dit is voor uw behoud; want niemand van u zal een haar van zijn hoofd verliezen.
35En nadat hij dit gezegd had, nam hij brood, dankte God in aller tegenwoordigheid, en nadat hij het gebroken had, begon hij te eten.
36Toen werden zij allen opgewekt en namen ook zelf voedsel.
37En wij waren in het schip in totaal tweehonderd zessenzeventig zielen.
En toen zij genoeg gegeten hadden, lichtten zij het schip en wierpen het graan in de zee.
En toen het dag was, herkenden zij het land niet; maar zij ontdekten een baai met een strand, waarop zij, indien mogelijk, het schip wilden laten stranden.
40En nadat zij de ankers gelicht hadden, begaven zij zich op zee, maakten de roerbanden los, hesen het grootzeil in de wind en stuurden naar de kust.
41En zij geraakten in een plaats waar twee zeeën samenstroomden; zij liepen het schip aan de grond, en het voorschip zat vast en bleef onbeweeglijk, maar het achterschip werd verbrijzeld door de gewelddadigheid der golven.
42En het voornemen van de soldaten was de gevangenen te doden, opdat niemand van hen zou wegzwemmen en ontkomen.
43Maar de hoofdman, die Paulus wilde redden, weerhield hen van dit voornemen en beval dat wie konden zwemmen, het eerst in zee zouden springen en aan land zouden komen;