Jesaja 63:10
“Maar zij waren weerspannig en verbitterden Zijn heilige Geest; daarom werd Hij hun tot een vijand, en Zelf streed Hij tegen hen.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 63 — omringende verzen
En Ik zag, en er was niemand die hielp; en Ik verwonderde Mij dat er niemand was die ondersteunde; daarom heeft Mijn eigen arm Mij heil gebracht, en Mijn grimmigheid, die heeft Mij ondersteund.
6En Ik heb de volken vertreden in Mijn toorn, en hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid, en Ik heb hun kracht ter aarde neergestort.
7Ik zal de gunstbewijzen des HEREN vermelden, en de lofprijzingen des HEREN, naar alles wat de HEER ons heeft bewezen, en de grote goedheid jegens het huis van Israël, die Hij hun heeft bewezen naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid van Zijn gunstbewijzen.
8Want Hij zei: Zij zijn toch Mijn volk, kinderen die niet liegen zullen; zo was Hij hun tot een Verlosser.
9In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel van Zijn aangezicht heeft hen verlost; in Zijn liefde en in Zijn mededogen heeft Hij hen verlost; en Hij heeft hen opgeheven en gedragen al de dagen van ouds.
Maar zij waren weerspannig en verbitterden Zijn heilige Geest; daarom werd Hij hun tot een vijand, en Zelf streed Hij tegen hen.
Toen gedacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk, zeggende: Waar is Hij Die hen uit de zee deed optrekken met de herder van Zijn kudde? Waar is Hij Die Zijn heilige Geest in hem stelde?
12Die de rechterhand van Mozes deed gaan door Zijn heerlijke arm, de wateren voor hen spleet, om Zich een eeuwige naam te maken?
13Die hen leidde door de diepten, als een paard in de woestijn, zodat zij niet struikelden?
14Gelijk het vee neerdaalt in de vallei, zo heeft de Geest des HEREN hen doen rusten; zo hebt Gij Uw volk geleid, om Uzelf een heerlijke naam te maken.
15Zie neder uit de hemel en aanschouw het vanuit de woning van Uw heiligheid en van Uw heerlijkheid; waar is Uw ijver en Uw kracht, de beweging van Uw ingewanden en van Uw barmhartigheden jegens mij? Zijn zij ingehouden?