Job 29:13
“De zegen van hem die dreigde te vergaan, kwam over mij; en ik deed het hart van de weduwe jubelen.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 29 — omringende verzen
De jonge mannen zagen mij, en verborgen zich; en de ouderen stonden op en bleven staan.
9De vorsten hielden op met spreken, en legden hun hand op hun mond.
10De edelen zwegen stil, en hun tong kleefde aan hun gehemelte.
11Wanneer het oor mij hoorde, dan prees het mij gelukkig; en wanneer het oog mij zag, getuigde het voor mij:
12Want ik redde de arme die riep, en de wees, en hem die geen helper had.
De zegen van hem die dreigde te vergaan, kwam over mij; en ik deed het hart van de weduwe jubelen.
Ik deed gerechtigheid aan, en zij kleedde mij; mijn recht was als een mantel en een diadeem.
15Ik was ogen voor de blinden, en voeten was ik voor de lammen.
16Ik was een vader voor de armen; en de zaak die ik niet kende, onderzocht ik nauwkeurig.
17En ik verbrijzelde de kaken van de goddeloze, en rukte de buit uit zijn tanden.
18Toen zeide ik: Ik zal sterven in mijn nest, en mijn dagen vermeerderen als het zand.