Job 29:15
“Ik was ogen voor de blinden, en voeten was ik voor de lammen.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 29 — omringende verzen
De edelen zwegen stil, en hun tong kleefde aan hun gehemelte.
11Wanneer het oor mij hoorde, dan prees het mij gelukkig; en wanneer het oog mij zag, getuigde het voor mij:
12Want ik redde de arme die riep, en de wees, en hem die geen helper had.
13De zegen van hem die dreigde te vergaan, kwam over mij; en ik deed het hart van de weduwe jubelen.
14Ik deed gerechtigheid aan, en zij kleedde mij; mijn recht was als een mantel en een diadeem.
Ik was ogen voor de blinden, en voeten was ik voor de lammen.
Ik was een vader voor de armen; en de zaak die ik niet kende, onderzocht ik nauwkeurig.
17En ik verbrijzelde de kaken van de goddeloze, en rukte de buit uit zijn tanden.
18Toen zeide ik: Ik zal sterven in mijn nest, en mijn dagen vermeerderen als het zand.
19Mijn wortel was uitgespreid bij de wateren, en de dauw lag de hele nacht op mijn tak.
20Mijn eer was fris in mij, en mijn boog werd vernieuwd in mijn hand.