Job 29:17
“En ik verbrijzelde de kaken van de goddeloze, en rukte de buit uit zijn tanden.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 29 — omringende verzen
Want ik redde de arme die riep, en de wees, en hem die geen helper had.
13De zegen van hem die dreigde te vergaan, kwam over mij; en ik deed het hart van de weduwe jubelen.
14Ik deed gerechtigheid aan, en zij kleedde mij; mijn recht was als een mantel en een diadeem.
15Ik was ogen voor de blinden, en voeten was ik voor de lammen.
16Ik was een vader voor de armen; en de zaak die ik niet kende, onderzocht ik nauwkeurig.
En ik verbrijzelde de kaken van de goddeloze, en rukte de buit uit zijn tanden.
Toen zeide ik: Ik zal sterven in mijn nest, en mijn dagen vermeerderen als het zand.
19Mijn wortel was uitgespreid bij de wateren, en de dauw lag de hele nacht op mijn tak.
20Mijn eer was fris in mij, en mijn boog werd vernieuwd in mijn hand.
21Naar mij luisterden de mensen, en wachtten, en bewaarden stilte bij mijn raad.
22Na mijn woorden spraken zij niet meer; en mijn rede druppelde op hen neer.