Job 32:16
“Nadat ik gewacht had, (want zij spraken niet, maar stonden stil en antwoordden niet meer;)”
Kruisverwijzingen
Context
Job 32 — omringende verzen
Zie, ik heb gewacht op uw woorden; ik heb uw redenen aangehoord, terwijl gij overdacht wat gij zoudt zeggen.
12Ja, ik heb op u gelet, en zie, er was niemand onder u die Job overtuigde, of zijn woorden beantwoordde;
13Opdat gij niet zoudt zeggen: Wij hebben wijsheid gevonden; God stoot hem neer, niet een mens.
14Nu heeft hij zijn woorden niet tegen mij gericht; ook zal ik hem niet antwoorden met uw redenen.
15Zij waren verbijsterd, zij antwoordden niet meer; zij hielden op met spreken.
Nadat ik gewacht had, (want zij spraken niet, maar stonden stil en antwoordden niet meer;)
Zeide ik: Ik zal ook van mijn kant antwoorden, ik zal ook mijn mening tonen.
18Want ik ben vol van woorden; de geest in mij dringt mij.
19Zie, mijn buik is als wijn zonder opening; hij staat op het punt te barsten als nieuwe flessen.
20Ik wil spreken, opdat ik verlichting vinde; ik zal mijn lippen openen en antwoorden.
21Laat mij toch niemands persoon aanzien, en laat mij niemand vleiende titels geven.