Job 32:18
“Want ik ben vol van woorden; de geest in mij dringt mij.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 32 — omringende verzen
Opdat gij niet zoudt zeggen: Wij hebben wijsheid gevonden; God stoot hem neer, niet een mens.
14Nu heeft hij zijn woorden niet tegen mij gericht; ook zal ik hem niet antwoorden met uw redenen.
15Zij waren verbijsterd, zij antwoordden niet meer; zij hielden op met spreken.
16Nadat ik gewacht had, (want zij spraken niet, maar stonden stil en antwoordden niet meer;)
17Zeide ik: Ik zal ook van mijn kant antwoorden, ik zal ook mijn mening tonen.
Want ik ben vol van woorden; de geest in mij dringt mij.
Zie, mijn buik is als wijn zonder opening; hij staat op het punt te barsten als nieuwe flessen.
20Ik wil spreken, opdat ik verlichting vinde; ik zal mijn lippen openen en antwoorden.
21Laat mij toch niemands persoon aanzien, en laat mij niemand vleiende titels geven.
22Want ik weet niet hoe ik vleiende titels moet geven; als ik dat deed, zou mijn Maker mij weldra wegnemen.