VSV
StatenvertalingJob 32:21
“Laat mij toch niemands persoon aanzien, en laat mij niemand vleiende titels geven.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 32 — omringende verzen
16
Nadat ik gewacht had, (want zij spraken niet, maar stonden stil en antwoordden niet meer;)
17Zeide ik: Ik zal ook van mijn kant antwoorden, ik zal ook mijn mening tonen.
18Want ik ben vol van woorden; de geest in mij dringt mij.
19Zie, mijn buik is als wijn zonder opening; hij staat op het punt te barsten als nieuwe flessen.
20Ik wil spreken, opdat ik verlichting vinde; ik zal mijn lippen openen en antwoorden.
21
22Laat mij toch niemands persoon aanzien, en laat mij niemand vleiende titels geven.
Want ik weet niet hoe ik vleiende titels moet geven; als ik dat deed, zou mijn Maker mij weldra wegnemen.