Job 7:11
“Daarom zal ik mijn mond niet inhouden; ik zal spreken in de benauwdheid van mijn geest; ik zal klagen in de bitterheid van mijn ziel.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 7 — omringende verzen
Mijn dagen zijn sneller dan een weversspoeltje, en worden doorgebracht zonder hoop.
7O, gedenk dat mijn leven een wind is; mijn oog zal het goede niet meer aanschouwen.
8Het oog van hem die mij gezien heeft, zal mij niet meer zien; Uw ogen zijn op mij, maar ik ben er niet meer.
9Gelijk een wolk wordt verteerd en verdwijnt, zo zal wie nederdaalt in het graf niet meer opkomen.
10Hij zal niet terugkeren naar zijn huis, en zijn plaats zal hem niet meer kennen.
Daarom zal ik mijn mond niet inhouden; ik zal spreken in de benauwdheid van mijn geest; ik zal klagen in de bitterheid van mijn ziel.
Ben ik een zee, of een zeemonster, dat U een wacht over mij stelt?
13Als ik zeg: Mijn bed zal mij vertroosten, mijn legerstede zal mijn klachten verlichten;
14Dan verschrikt U mij met dromen, en tergt U mij door gezichten;
15Zodat mijn ziel de wurging verkiest, en de dood boven mijn leven.
16Ik walg ervan; ik wil niet eeuwig leven; laat mij met rust; want mijn dagen zijn ijdelheid.