Johannes 11:44
“En de gestorvene kwam naar buiten, aan handen en voeten gebonden met grafdoeken, en zijn gezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zeide tot hen: Maakt hem los en laat hem gaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 11 — omringende verzen
Jezus zeide: Neemt de steen weg. Martha, de zuster van de overledene, zeide tot Hem: Heer, hij riekt al, want hij is vier dagen dood.
40Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd dat, indien u gelooft, u de heerlijkheid van God zien zult?
41Zij namen dan de steen weg van de plaats waar de overledene gelegd was. En Jezus hief Zijn ogen op en zeide: Vader, Ik dank U dat U Mij verhoord hebt.
42En Ik wist dat U Mij altijd verhoort, maar om het volk dat rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij geloven dat U Mij gezonden hebt.
43En toen Hij dit gezegd had, riep Hij met luider stem: Lazarus, kom naar buiten!
En de gestorvene kwam naar buiten, aan handen en voeten gebonden met grafdoeken, en zijn gezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zeide tot hen: Maakt hem los en laat hem gaan.
Velen dan van de Joden die tot Maria gekomen waren en gezien hadden wat Jezus gedaan had, geloofden in Hem.
46Maar sommigen van hen gingen naar de Farizeeën en vertelden hun wat Jezus gedaan had.
47Toen riepen de overpriesters en de Farizeeën de raad bijeen en zeiden: Wat doen wij? Want deze Mens doet vele tekenen.
48Indien wij Hem zo laten begaan, zullen allen in Hem geloven, en de Romeinen zullen komen en zowel onze plaats als ons volk wegnemen.
49En een van hen, Kajafas genaamd, die dat jaar hogepriester was, zeide tot hen: Gij weet helemaal niets,